Weg met de zon!

Ruben is de vrolijkste collega die je je kunt wensen.
Hij draait de hele dag liedjes voor ons.
Hij stuurt Leuk he?-mailtjes.
En hij vult alle stiltes met zijn eigen naam: Rubsioooo!
Ruben is mijn beste vriend.

Vandaag is Ruben niet vrolijk.
Hij vindt het leven stom.
De zon schijnt.
De pindakaas smaakt hem niet.
En zijn voet doet ook al zeer.
Ruben moppert onder z'n kanariegele PONY-pet vandaan.

Designers kunnen hun kleurtjes niet goed zien als de zon schijnt.
Als de zon schijnt, gaat alles mis.
Ruben zit onder een grote zwarte paraplu in een hoek.
Alles is stom als Ruben het stom vindt.
Weg met alles.
Weg met de zon!

Het Red Bull promotieteam

Af en toe komt er een promotieteam bij ons op het werk.
Hallo wij zijn van de instant-aardappelpuree.
Hallo wij zijn van de nieuwe kaas-ui-room chips.
Dat komt omdat ze denken dat er allemaal jonge hippe mensen werken bij ons.
's Avonds gaan we dan allemaal braaf met een tasje vissticks naar huis.
Net alsof ze dan ineens hip zijn.
He, zie je die hippe jongen daar! Die heeft een tasje vissticks bij zich!
Kennelijk zijn die weer in de mode. Ik zal eens een voorraadje inslaan.
Dat moeten mensen dan denken.
Undercover marketing heet dat.
Ik wil daar best aan mee doen, in ruil voor gratis Fristi.
Vandaag kwam Redbull langs.
Ze zetten een kraampje op in de buurt van de wc's.
Inclusief parasol en mini-ijskast.
En toen maar blazen, want er hoorde ook nog een opblaasstoel bij.
Voelen jullie de zomer al? Vragen de enthousiaste meisjes.
Of het nou kwam door de Redbullskipakken die ze aanhadden,
Of de gevoelstemperatuur van onze hal,
Ik voelde helemaal geen zomer.
Dus.

Tasje

Ik had eraan gedacht een tasje mee te nemen.
Het was druk.
Ik ramde iemand met mijn blauwe mandje, maar ik zei geen sorry,
want ik had haar niet kunnen ontwijken.
Als het niet mijn schuld is, zeg ik tegenwoordig geen sorry meer.
Net als dat ik geen sorry meer zeg tegen spullen en dieren.
Ik stond tevreden bij de kassa want ik had al een tasje bij me.
Dat scheelde weer een hele dialoog.
Ik vouwde het tasje uit en maakt het alvast open.
Klaar voor de start af.
Mijn boodschappen rolden over elkaar struikelend de band af.
In mijn verzamelunit.
Ik had rechts, de mevrouw voor mij was nog bezig met links.
Rechts is lastiger want dan moet je eerst om links heen.
Gelukkig had ik een tasje meegenomen.
Eerst de pakken dubbelfrisss, de wijn en de blikjes cola.
Dan de peren en de zoute rijen en de bananenschuimpjes.
En toen was het tasje vol.
De mergpijpjes en roomboterpunten pasten niet meer.
Die gingen in de kleine slappe doorzichtige zakjes.
Op weg naar de uitgang voelde ik het hengsel van het tasje waaraan ik gedacht had uitrekken.
Bij de schuifdeur was het stuk.
Ik liep terug. Het was nog steeds druk.
Ik durfde niet een kassameisje te vragen om een nieuw tasje.
De rijen mensen zagen er gevaarlijk uit.
Iemand zag mijn probleem.
En redde me.
Hij schoot een kassameisje aan.
Dan moet u in de rij, zei ze.
Daar was ik al bang voor.
Mijn held was niet bang voor de rij en ook niet voor het kassameisje.
Ach kom, geef me een tasje.
En dat lukte.
Ik had weer een tasje.